Zeep
Zeep ontstaat door de verzeping van een vet, door het mengen met loog.
Zeep is het zout van de vetzuren waaruit het ontstaat, zoals:,/p>
CH3[CH2]nCOO- + Na+ Bij vele plantaardige vetzuren is n vrij groot (20-26). De vetzuurrest is dus een lang molecuul met een polaire ionogene kop en een apolaire staart. Een dergelijk amfifiel molecuul heeft een bijzondere eigenschap: het kan er voor zorgen dat water en olie een homogeen mengsel vormen.
In een mengsel van water en olie zorgt zeep er voor dat kleine druppeltjes olie blijven zweven in het water, doordat de apolaire staart van het molecuul in het vetdruppeltje binnendringt en de polaire kop in contact blijft met het water. Zo'n oliedruppeltje dat omgeven door zeep zweeft in water wordt een micel genoemd.
Gebruik
Zeep werd tot de Tweede Wereldoorlog veel als schoonmaakmiddel gebruikt, echter gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw is zeep bijna geheel verdrongen door synthetische detergenten zoals natriumdodecylsulfaat (ook wel natrium laureth sulfaat genoemd). Natuurlijke zeep heeft de vervelende eigenschap dat het een neerslag vormt in combinatie met calciumionen. Daardoor wordt de schoonmaakwerking ernstig verstoord wanneer het gebruikt wordt in combinatie met hard water. Het voordeel van natriumdodecylsulfaat is dat het geen neerslag vormt in combinatie met calciumionen, waardoor schoonmaakmiddelen op basis van natriumdodecylsulfaat ook bij hard water hun schoonmaakwerking behouden.
Natuurlijke zeep wordt heden ten dage alleen nog gebruikt voor de traditionele blokken toiletzeep, alle vloeibare schoonmaak- en verzorgingsproducten bevatten natriumdodecylsulfaat als detergent.
Toiletzeep van een normale, alledaagse kwaliteit wordt geproduceerd uit runder- of varkensvet (reuzel). Voor de exclusievere soorten zeep wordt gebruik gemaakt van palmolie. Behalve zeep bevatten de tabletten in de meeste gevallen ook hulpstoffen zoals plantaardige of synthetische geurstoffen en kleurstoffen.
bron: Wikipedia
