Propionzuur
Propionzuur is een organisch zuur met een onaangename geur. Propionzuur is voor het eerst beschreven in 1844 door Gottlieb als restproduct bij de afbraak van suiker. In de jaren er na werd propionzuur door verschillende scheikundigen telkens op een andere manier gemaakt, zonder dat ze doorhadden dat het om dezelfde stof ging. In 1847 ontdekte Jean-Baptiste Dumas dat al deze nieuwe stoffen dezelfde waren en noemde de stof propionzuur naar het Griekse “protos” en “pion”, dat “eerste” en “vet” betekent, omdat het het kleinste carbonzuur was dat een aantal eigenschappen van een vet combineerde. Zo vormt het een schuimende zeep met kaliumhydroxide en laat het een vetlaagje achter op zout water.
Voorkomen
Propionzuur komt voor in sommige etherische oliën, zweet, en veel harde kaassoorten. De gaten in sommige kaassoorten worden veroorzaakt door bacteriën die koolstofdioxide en propionzuur maken.
Synthese
In vetten en olie ontstaat propionzuur in het afbraakproces. Langere vetzuren worden door enzymen of oxidatie in kleinere moleculen geknipt waarbij propionzuur als tussenstap ontstaat.
Voor industrieel gebruik wordt propionzuur gemaakt door propanal met lucht te laten oxideren. Dit gebeurt bij een temperatuur van 40 à 50 *C met kobalt- of mangaanzouten als oxidator.
Gebruik
Zuiver propionzuur en haar zouten worden gebruikt als conserveermiddel in levensmiddelen:
E280 – Propionzuur E281 – Natriumpropionaat E282 – Calciumpropionaat E283 – Kaliumpropionaat Esters van propionzuur worden gebruikt als geurstof, smaakstof en als oplosmiddel.
Verder is propionzuur een belangrijke uitgangsstof voor de synthese van vele andere verbindingen, waaronder geneesmiddelen en bestrijdingsmiddelen.
bron: Wikipedia
