Glucose

Glucose (C6H12O6), ook wel druivensuiker genoemd, is een van de monosachariden. De natuurlijke vorm ((D-glucose) wordt ook wel dextrose genoemd, vooral in de levensmiddelenindustrie. Het is een van de belangrijkste brandstoffen voor het menselijk lichaam. Toch is glucose zelf niet de uiteindelijke brandstof. Dit is wel glycogeen, een polymeer van 2 glucosemonomeren. Glucose is zelf niet geschikt voor de uiteindelijke brandstof, omdat het te veel water opneemt.

Glucose kan direct door het bloed worden opgenomen. Dit geldt niet voor bijvoorbeeld sacharose en zetmeel, die eerst in glucose moeten worden omgezet. De opname van en naar cellen gaat via GLUT.

Andere monosacchariden zijn fructose (zelfde samenstelling maar een vijfhoekig cyclomolecuul, ook wel vruchtensuiker genoemd), galactose en ribose.

Glucose wordt door planten tijdens de assimilatie gemaakt en o.a. verder verwerkt voor opslag tot zetmeel.

Samen met een molecule fructose vormt alfa-glucose sacharose, de tafelsuiker (uit suikerbieten)

Bereiding

Glucose kan door hydrolyse uit zetmeel worden bereid, een procédé dat het eerst werd uitgevoerd door de Duitse chemicus Kirchhoff in 1811. Door een suspensie van zetmeel met verdund zuur onder druk te verhitten ontstaat via dextrine uiteindelijk glucose. Als zuur kan zoutzuur worden gebruikt, maar bijvoorbeeld ook koolzuur. Na neutraliseren van het zuur met loog gevolgd door indampen ontstaat glucosestroop (zetmeelstroop, aardappelstroop, confiseurstroop, blanke stroop, likeurstroop), die bestaat uit ruwweg 40% glucose, 40% dextrinen en 20% water. Daarnaast kan maltose voorkomen en zelfs in flinke hoeveelheden door bij bovenstaand proces diastase toe te voegen. Stroop met een hoog maltosegehalte is belangrijk bij de bereiding van bier.

Menselijk bloed

Glucose bevindt zich in het menselijke bloed. Bij normaal eten zou het bloed tussen de 6 en 10 millimol glucose per liter moeten bevatten. Deze waarde wordt ook wel het "bloedsuiker" genoemd. Komt deze waarde boven de 11, dan duidt dit op een gebrek aan insuline en is waarschijnlijk sprake van diabetes. Is de waarde te laag, dan kan een flauwte optreden. Symptonen kunnen dan zijn dat het hart veel sneller gaat kloppen en het slachtoffer wit wegtrekt en begint te trillen. Het verschijnsel kan zich bij gezonde mensen incidenteel voordoen, wanneer iemand op een bepaald moment een vrij lage glucose-concentratie in het bloed heeft. Wanneer die persoon dan begint te eten, dan zal het lichaam een bepaalde hoeveelheid insuline aanmaken, waardoor de waarde dan korte tijd nog lager wordt. Dit kan worden opgevangen door even een suikerklontje te nemen. Heeft iemand er bij herhaling last van, dan kan dit worden tegengegaan door meer verspreid over de dag vaker een kleine hoeveelheid te eten.


bron: Wikipedia

1990
0