Ascorbinezuur

Ascorbinezuur of vitamine C is een in water oplosbare stof die van nature in veel soorten fruit voorkomt. In 1928 is deze stof door Albert Szent-Györgyi geïsoleerd uit de cortex van de bijnier. Als voedingssupplement wordt het in poedervorm en in tabletvorm verkocht. Het wordt vaak als conserveermiddel toegevoegd aan levensmiddelen. Het E-nummer van ascorbinezuur is E300.

Van ascorbinezuur afgeleide zouten heten ascorbaten.

Iedere mens heeft voor de stofwisseling behoefte aan een kleine hoeveelheid ascorbinezuur per dag; een dagelijkse dosis van 60 milligram verspreid over de dag wordt aanbevolen. Volgens Nobelprijswinnaar Linus Pauling zou de dagelijkse inname 2,3 tot 9,5 gram moeten bedragen. De verspreiding over de dag is belangrijk, omdat vitamine C vrij snel wordt afgebroken. De halfwaarde tijd van vitamine C, direct in de ader ingespoten, bedraagt 30 minuten.

Zelfs van veel grotere hoeveelheden zijn geen negatieve gezondheidseffecten bekend; vitamine-C tabletten in de handel bevatten tot wel 1000mg ascorbinezuur, vaak als combinatie van het zuur met zouten om een zuuraanval op de maag te voorkomen. De positieve effecten van zulke grote hoeveelheden zijn echter niet objectief vastgesteld. Linus Pauling had een theorie dat grote hoeveelheden vitamine C per dag kanker zouden kunnen voorkomen; hijzelf gebruikte circa 11.000 milligram per dag. Mensen die grote hoeveelheden vitamine C gebruiken moeten dit bij medisch onderzoek melden, omdat het bloedbeeld er door veranderd wordt en een arts anders een verkeerde diagnose kan stellen. Dr. Frederick R. Klenner heeft vitamine C als geneesmiddel toegepast door de dosis sterk te verhogen. Tientallen grammen vitamine C per dag toedienen doormiddel van injecties was geen uitzondering. Vooral bij virale infecties zijn hiermee zeer positieve resultaten bereikt.

Veel planten en dieren zijn in staat om hun eigen vitamine C te maken met behulp van enzymen vanuit glucose. Mensen kunnen als gevolg van een gendefect het enzym L-gulonolactone oxidase niet aanmaken waardoor de synthese van vitamine C niet kan plaatsvinden. Mensen zijn afhankelijk van inname van voedsel dat vitamine C bevat. Bekend is dat vooral in vroegere tijden zeelieden stierven aan scheurbuik ten gevolge van gebrek aan vitamine C.


bron: Wikipedia

1840